Hoera, het kartel is over!

CD&V is alles kwijt, Kris Peeters zijn maagdelijkheid. Het kartel met N-VA zit zo diepgeworteld dat de perceptie ontstond dat er zonder kartel geen toekomst meer zou zijn voor CD&V. Het kartel dat vier jaar geleden beklonken werd op Valentijnsdag had alles van een verstandshuwelijk. De N-VA die kort daarvoor nog flirtte met de, toen nog niet Open, VLD moest voorkomen dat de partij de overwinning zou missen door stemmen verloren te laten gaan aan de N-VA die de kiesdrempel toch niet zou halen.

Met succes gingen we samen naar de Vlaamse verkiezingen van 2004 en samen stonden we sterk in 2007. Dat N-VA daartussen nog even kort flirtte met Dedecker werd snel vergeten. Maar minder snel zal de verkiezingsavond van 10 juni worden vergeten. Wanneer de vele militanten verzamelen in Brussel om de overwinning te vieren, duiken net voor Yves Leterme het podium wil beklimmen een aantal rabiate flaminganten op met leeuwenvlaggen. Zwarte Leeuwen, zonder rode klauwen. Symbool van de Vlaamse beweging en voor de Vlaamse onafhankelijkheid. Het is die avond dat de N-VA de partij in haar macht heeft genomen en van wanneer we het vertrouwen van de franstaligen zijn verloren. De maanden erop zal Bart De Wever er in slagen de overtuiging van zijn electoraat die ongeveer 5% bedraagt op te tillen tot die van de grootste partij van het land.

Dat de N-VA zich niet kan herkennen in de mogelijke compromissen die CD&V wil sluiten verrast niet. Voor de partijtop, net als voor haar militanten, is alleen de Vlaamse onafhankelijkheid genoeg. Haar voorzitter wil misschien nog water in de wijn doen, maar de N-VA zijn de blauwvoetzingers die de Volksunie achterliet. Een beweging die vanuit een heel sterk theoretisch ideologisch kader denkt en traditioneel andere partijen wil opzwepen.

CD&V heeft daarentegen altijd haar verantwoordelijkheid willen opnemen en gezocht naar een aanvaardbare oplossing voor iedereen. Electorale strategie mag de toekomst van een land niet overschaduwen.

De val van het kartel mag en kan geen reden tot teleurstelling zijn. De tijd is er meer dan ooit om Yves Leterme zijn overwinning te laten verzilveren in een sterk beleid voor iedereen. CD&V moet de komende weken strak aflijnen wat ze nog wil realiseren op het communautaire vlak voor de verkiezingen en profiteren van het momentum nu zowel de PS als cdH tevreden zijn niet langer met, de in hun ogen extremistische, partij aan tafel te moeten zitten. Niemand twijfelt er nog aan dat een staatshervorming noodzakelijk is. Misschien geen vette vis, maar toch gezonde evenwichtige voeding. Homogene bevoegdheidspakketten moeten een adequaat antwoord bieden op wat leeft bij de mensen. Staatshervormingen hebben immers altijd een zekere politique politicienne over zich. Een beeld van politici die al te vaak met zichzelf bezig zijn en niet met de uitdagingen van morgen. Want ondertussen stapelen de uitdagingen zich op. De begroting zakt verder, de vergrijzing is bijna vergeten en de mensen maken zich zorgen om de koopkracht.

De kiezer zal CD&V niet afstraffen omdat ze kiest voor een realistisch beleid of omdat ze nu makkelijker kan samenwerken met de Franstalige partijen. En al zeker niet als de partij zich niet langer laat verlammen maar haar programma realiseert. Want het land staat voor grote uitdagingen die nog belangrijker zijn dan haar staatsstructuur.

Sweet Europe

Terwijl Nicholas Sarkozy zijn hoogdagen beleeft als voorzitter van de Europese Unie maakt Tsjechië zich klaar om vanaf 1 januari de voorzittershamer over te nemen.  Omdat sommige oudere leden van de EU schrik hadden dat de nieuwe staten de macht zouden grijpen werd beslist om ze binnen het rotatiesysteem te integreren.

Praag maakt van de gelegenheid gebruik om alles een Europese touch te geven. Een promotiefilmpje met bekende landgenoten moet de inwoners niet alleen warm maken voor de EU, maar moet ook de zittende coalitie een duwtje in de rug geven. In Europese middens is het ondertussen bijna een wet dat de eerste minister zelden de verkiezingen wint na een voorzittersperiode.

Na Frankrijk geeft ook Tsjechië wat meer pump-and-circumstances aan het voorzitterschap. Benieuwd wat België volgende keer zal doen.  Dit soort filmpjes mag alvast vaker op TV verschijnen.

Bekijk Filmpje Sweet Europe

Kustgemeenten moeten strandafval selectief inzamelen

Uit het Milieurapport Vlaanderen blijkt dat de gemeentes uit de regio Oostende meer restafval voortbrengen dan de andere Vlaamse gemeentes. In de meeste gevallen ligt dit sterk boven de vooropgestelde Vlaamse doelstelling van 150kg restafval per inwoner voor 2007. Restafval bestaat uit alle niet-selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.

Een belangrijke factor voor dit verschil met de andere gemeentes is te wijten aan het kusttoerisme (gemiddeld gezien wordt  in het zomerseizoen per maand in een kustgemeente 54% meer afval ingezameld). Dit argument geldt echter niet voor de gemeenten die meer landinwaarts liggen en slechte cijfers inzake restafval combineren met beperkt toerisme.

JONGCD&V Regio Oostende pleit voor een betere afvalbeheersing in drukke toeristische zones door het gebruik van selectieve vuilnisbakken (PMD, papier en karton, glas en restafval). Deze nieuwe vuilnisbakken worden ook reeds gebruikt in vernieuwde treinstations. JONGCD&V regio Oostende Roept de gemeenten tevens op om samen met de provincie werk te maken van nieuwe campagnes om het belang van het sorteren van afval in de verf te zetten. Deze acties mogen zich niet enkel beperken tot jongeren maar moeten zich tot iedereen richten.

L’homme ne grandit pas quand la nation décline.

Nicolas Sarkozy

Prettige Vakantie!

Sinds deze week is de zon eindelijk in het land. De zomer kan echt beginnen! Omdat we allemaal het ganse jaar met zoveel in de weer zijn wenste JONGCD&V regio Oostende deze middag de zonnekloppers een prettige vakantie toe! Met strandballen en frisbees trokken we het Oostendse strand op (ter hoogte van Ravelingen) om iedereen een deugddoende vakantie te wensen met wat tijd voor zichzelf en het gezin!

Een enorm geslaagde actie met alleen maar blije gezichten! Meer foto’s van deze actie vind je op Flickr. Het interview op VBRO en Radio2 volgen later.

De kracht van integratie

Het effect van de invoering van de interne markt in 1992 is al enorm geweest. Volgens de Europese Commissie was het bbp van de Europese Unie in 2002 bijna 2 procent hoger dan het zonder de invoering van die interne markt zou zijn geweest, terwijl de werkgelegenheid met bijna 1,5 procent toenam. De interne markt heeft ook geleid tot een verdubbeling van buitenlandse directe investeringen in de EU, en dankzij de concurrentie zijn de prijzen voor de consumenten op recordlaagten gekomen (de prijs van vliegtickets is bijvoorbeeld met ruim 40 procent omlaag gegaan en de prijs van telefoons met meer dan de helft.)

[Europese Commissie, The Internal Market: Ten Years Without Frontiers, Brussel, 2003]

Samen werkt: cdH - CD&V

Samen met Emilie Vermeiren organiseerde ik woensdag informeel een voetbalmatch in het park nabij het Brusselse Fontainasplein om nederlandstalige en franstalige christendemocraten dichter bij elkaar te brengen. De opkomst was veel beter dan we ooit hadden kunnen verwachten. Aan Vlaamse kant lijkt men immers soms bijna een kruistocht te willen inzetten tegen alles wat ook maar wat naar Walonnië zou kunen ruiken.


We hadden natuurlijk nooit gedacht dat de Regering twee dagen ervoor zou vallen en dat een voetbalmatch zoveel in de media zou opduiken… het interview voor Radio Nostalgie (in het Frans) kan je beluisteren op de website van Actua24.

Dat op Radio2 en FMBrussel volgen later. Foto’s van de match vind je op Flickr en Facebook.

Brusselse Vlamingen

Ik moet ook altijd lachen met de Brusselse Vlamingen, die een identiteitsprobleem hebben, maar dat ze al jarenlang geen boekhandel meer hebben die kan tippen aan Tropismes (Franstalige boekhandel in de Prinsengalerij), daar liggen ze niet van wakker. Als ze maar goed kunnen eten in De Warande en daar een hoge borst opzetten.

Dorian van der Brempt, directeur van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in Brussel, in Knack.

Vlamingen zijn racistisch. Un Wallon qui travaille? Impossible!

(version française ci-dessous)

Vlamingen zijn racistisch

De Vlaming is ondernemend en woont in Antwerpen. De Vlaming is gereserveerd, afstandig en gaat vroeg slapen, want de Vlaming werkt. De Vlaming is flamingant, gaat op zondag naar de mis, staat met vendels te zwaaien aan de Ijzertoren en is, het moet gezegd, racist. De Vlaming spreekt perfect Frans alhoewel hij dat weigert te doen in Brussel.

De Waal woont in Charleroi en is meer zat dan nuchter. Laat zich liever omkopen dan hij werkt. Werk heeft hij trouwens niet, hoe zou het ook, hij is incompetent. De Waal draagt een strik en interesseert zich alleen in Vlaanderen als het om zijn werlkoosheidsvergoeding gaat of om er Frans te spreken aan de Kust.
Duitstaligen, wat zijn dat?

Clichés denkt u? Het is het beeld dat de gemeenschappen dagelijks van elkaar ophangen in de media, op school of tussen vrienden. Maar wie heeft kennissen aan de andere kant van de taalgrens? Slechts weinigen. De vaststelling is eenvoudig: we kennen elkaar niet meer. Clichébeelden versterken dat alleen maar. Hoe kan men een goed beleid voeren of bedrijf runnen als men zich steeds moet baseren op veronderstellingen? Het is onoverkomelijk dat het politiek beleid hier niet onder te lijden zou hebben.

Om de slagkracht van het beleid te versterken, om zich eindelijk te kunnen richten op de maatschappelijke uitdagingen en om een grotere gemene deler tussen de bevolking te hervinden moet de stabiliteit in het land worden hersteld door komaf te maken met een politiek van stereotypen.

De aanstelling van een staatssecretaris voor intercommunautaire samenwerking, toegevoegd aan de Eerste Minister, is noodzakelijk. Een staatssecretaris die bruggen bouwt tussen het beleid van de gemeenschappen en anderzijds zij die sociale, economische of culturele verantwoordelijkheid dragen samenbrengt. Zijn belangrijkste opdracht ligt in het aanmoedigen van samenwerkingsakkoorden, zonder zich te moeien in het beleid van de gemeenschappen. De federale regering heeft immers terecht geen enkele supprematie over het beleid van de deelstaten. De staatssecretaris probeert de intercommunautaire samenwerking te stimuleren door beleidsverantwoordelijken regelmatig uitnodigen om bijvoorbeeld Europese dossiers op elkaar af te stemmem. Bij nieuwe dossiers zou in alle beleidsdomeinen een zekere reflex moeten kunnen ontstaan om na te gaan of een zekere meerwaarde zou kunnen liggen in het samenwerken met een of meerdere gemeenschappen.
Daarnaast zou deze staatssecretaris evenementen kunnen organisereren of stimuleren waarbij Duitstaligen, Franstaligen en Nederlandstaligen elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen en elkaars cultuur beter leren kennen. We denken hierbij aan het versterken, of het heropbouwen, van de culturele samenwerking om uitwisselingen tussen scholen, musea… mogelijk te maken.

Om dit project te laten slagen zijn twee andere uitdagingen onontbeerlijk: een hervorming van de instellingen van de Franse Gemeenschap en de overvloed aan verkiezingen. De instellingen van de Franse gemeenschap kunnen simpeler worden georganiseerd en de verdeling van de bevoegdheden tussen het gewest en de gemeenschap gerationaliseerd. Zo ligt het voor de hand dat het activeren van werklozen sterk samenhangt met onderwijsbeleid. Op dit soort bevoegdheden zouden “super Ministers” moeten worden benoemd die zowel voor het beleid van het gewest en de gemeenschap kunnen instaan. Op deze manier kan niet alleen een meer coherente visie worden ontwikkeld, maar wordt het aantal ministers die moeten worden uitgenodigd om het beleid van de gemeenschappen op elkaar af te stemmen voor een bepaald project, sterk verminderd. Deze keuze voor een betere structuur van de instellingen komt natuurlijk volledig toe aan de Franstalige politieke actoren.
Daarnaast kan het niet langer dat elk jaar verkiezingen het beleid verlammen en moet het verschil tussen wat de deelstaten doen en wat door de federale regering gebeurt sterker in de verf worden gezet. Zo mag het niet langer mogelijk zijn om kandidaat te zijn voor én het federale én het deelstatelijke Parlement. Op deze manier moeten onze ministers minder bezig zijn met hun populariteit en meer bezig met hun beleid, en dus ook met het nagaan van de mogelijke voordelen van een intercommunautaire samenwerking.

De aanstelling van een staatssecretaris voor intercommunautaire dialoog gaat niet om meer of minder België, maar om het verhogen van de efficiëntie en de samenhang van onze politiek, om het beste te halen uit elkaars verschillen en om de communautaire storm te verzachten.

Emilie Vermeiren en Frederiek Vermeulen zijn lid van cdH en CD&V en wonen elk aan een andere kant van de taalgrens. Ze schrijven dit artikel in eigen naam.

Deze tekst verscheen in De Standaard van 11 juli 2008

(nederlandse versie bovenaan)

Un Wallon qui travaille? Impossible!

Le Wallon habite Charleroi, plus attiré par la bière, les pots de vin et la malversation que par le travail. D’ailleurs, le travail il n’en a pas. C’est normal, le Wallon est incompétent. Le Wallon porte un noeud papillon et ne porte d’intérêt à la Flandre que pour le paiement de son allocation de chômage et les vacances à la mer durant lesquelles il parlera français.
Le flamand est entreprenant et habite à Anvers. Le flamand est réservé, distant et va dormir tôt et se lève tôt car le flamand travaille. Le flamand est flamingant, va le dimanche à la messe et brandit son drapeau à la tour de l’Yser et est, faut-il le rappeler, raciste. Le flamand est courageux mais terne, froid, sans humour et obsédé par les chiffres. Le flamand parle parfaitement français mais refuse de le faire à Bruxelles.
Les Germanophones? C’est quoi?

Est-ce une vision stéréotypée? Ces images sont véhiculées constamment à l’égard de l’autre communauté dans les médias, à l’école, dans les conversations… Mais qui a des connaissances de l’autre côté de la frontière linguistique? Très peu de personnes. Le constat est simple : on ne se connaît pas. Cela renforce l’appel à des stéréotypes. Comment prendre une décision sensée dans laquelle interviendrait le jugement envers l’autre communauté sur base d’une réalité méconnue? Comment peut-on affirmer que l’efficacité même de nos institutions ne s’en retrouvent pas influencée?

Dans le souci d’améliorer l’efficacité de la gouvernance et de se concentrer sur les défis de la société, il s’agit d’assurer une plus grande cohésion au sein de la population, de retrouver une certaine stabilité dans notre pays, de mettre fin à tous ces stéréotypes. La nomination d’un Secrétaire d’Etat chargé de la coopération belge, attaché au Premier Ministre, semble primordial. Il devra promouvoir, favoriser et construire des ponts entre les communautés d’une part au niveau politique dans la prise de décisions et d’autre part au coeur même de la société par le biais de ses citoyens et de ses acteurs économiques, culturels, sportifs…
Sa première mission est de veiller à favoriser les accords de coopération. Il ne s’agit pas pour le Secrétaire d’Etat de s’immiscer dans la prise de décisions des Régions et des Communautés étant donné que le Gouvernement fédéral ne dispose d’aucune suprématie. Son rôle consiste à stimuler la coopération intercommunautaire en invitant les Ministres régionaux et communautaires à s’entretenir régulièrement. Le dessein est d’automatiser la réflexion quant à la plus-value ou non d’une coopération avec l’autre Communauté ou Région à propos d’un projet déterminé.
La deuxième mission du Secrétaire d’Etat est de promouvoir des événements où Francophones, Germanophones et Néerlandophones se rencontreraient, échangeraient, s’ouvriraient à la culture des autres communautés. Il s’agit par exemple de renforcer, pour ne pas dire reconstruire, les coopérations culturelles qui peuvent favoriser les échanges musicaux, musées, scolaires…

Afin qu’un tel projet puisse rencontrer le succès escompté, il faut agir également à deux autres niveaux : les institutions francophones et la périodicité des élections.
En ce qui concerne les institutions francophones, il s’agit de parvenir à les simplifier et de la sorte, rationaliser l’octroi de compétences. Il semble évident qu’une matière comme l’emploi soit liée à la politique de la formation et de l’enseignement. Il s’agit dès lors de nommer des « super Ministres » à la tête de compétences recoupant si nécessaire des matières tant régionales que communautaires. Cela permettra d’avoir une vision plus globale des problèmes, des décisions plus cohérentes mais également, de réduire le nombre de Ministres à inviter pour former des accords de coopération sur un projet spécifique. Ce choix de tendre vers une structure plus optimale appartient uniquement aux acteurs politiques francophones.
Quant à la périodicité des élections, il s’agit de diminuer leur nombre et de différencier les élections régionales et fédérales en refusant aux candidats de se présenter en même temps à ces deux élections. Il s’agit pour la classe politique de ne plus se retrouver quasi annuellement en campagne électorale. Cela permettra aux Ministres d’avoir plus de temps à consacrer à leur politique et par conséquent à l’analyse de la plus-value d’une coopération sur certains projets avec un Ministre d’une autre communauté.

La nomination d’un secrétaire d’Etat chargé de la coopération belge n’engendrera pas « plus de Belgique » ou « moins de Belgique » mais augmentera l’efficacité et la cohérence de nos politiques, permettra de tirer profit des spécificités propres de chaque communauté et d’adoucir le climat intercommunautaire.

Emilie Vermeiren et Frederiek Vermeulen sont membre du cdH et CD&V. Chacun habitant d’un côté de la frontière linguistique et écrivent en leur nom propre.

Cet article était Le Soir de 14 juillet 2008.

Objectief

De een is bijziend, de ander heeft aambeien, nog een ander hangborsten, maar allen willen wij objectief oordelen.

Bob Willems - Lichtgevoelig monster