De Partij die niet denkt.
2009 wordt volgens Marianne Thyssen het jaar van de veerkracht. Het jaar waarin we zullen tonen geraakt, maar niet gekraakt te zijn; het jaar waarin we naar de Vlaamse verkiezingen trekken met… ja, met wat eigenlijk?
Door de kartelbreuk moest het septembercongres plaatsruimen en zijn we niet langer ‘klaar voor de wereld’. Al bij al niet zo erg want de teksten die in aanloop naar het congres werden verspreid waren niet meteen de vrucht van grote creativiteit te noemen. Ze vormden zo’n aaneenschakeling van vaak al gerealiseerde faits-divers dat Wouter Beke in allerijl nog aan een overkoepelende tekst moest werken. Ondertussen staan we op vier maand voor de verkiezingen en is het nog steeds niet duidelijk waar we voor willen gaan. De afgelopen weken sloeg men ons om de oren met op het rentmeesterschap geënte concepten dat CD&V verantwoordelijkheid zou nemen. Verantwoordelijkheid voor het land en voor onze toekomst. Maar welke toekomst?
Meer dan ooit lijkt het succes van de partij gebaseerd op “Gut ist was dem Volke nützt”. Ingegeven door opiniepeilingen hebben we verdedigd waar een grootst mogelijk aantal Vlamingen zich achter kon scharen. Leiders als ware slaven van de vox populi. Politiek ver weg van idealen en maakbare samenlevingen. Politiek zonder dromen of toekomstproject.
Nochtans waren ooit alle andere paratijen jaloers op de publicaties van, de toen nog unitair georganiseerde, CEPESS - de studiedienst van de christendemocratische familie. Vlamingen en Franstaligen hadden elk hun tijdschrift en de opgenomen stukken werden vertaald zodat beide kanten van de taalgrens wisten waar de ander voor stond. Standpunten die trouwens vaak de vrucht waren van continu overleg tussen beide families, tot op het niveau van de partijvoorzitter.
CEPESS splitste in 2001 en vervelde aan Vlaamse zijde tot CEDER, de naam studiedienst niet waardig. CEDER slaagde er in al de tijd nooit in om controversiële of lange termijn studies uit te brengen. Ingegeven door schrik voor een te onafhankelijke studiedienst die ondoordachte uitspraken van de partijtop aan de kaak zou stellen stimuleerde hij het afglijden van de denktank tot persoonlijk kabinet van de voorzitter. Daarin trouwens sterk gesteund door Yves Leterme. Tekenend was dan ook de tussenkomst van voormalig directeur, Isabel Dupré, op het deelnamecongres voor de regering Leterme in Maart 2008. Een goede en welgesmaakte tussenkomst maar voor de goede verstaander was het meteen duidelijk dat Dupré niet meer dan een Chinese vrijwilliger was die mee de meute moest overtuigen. De website van CEDER was, op een boekbespreking van Wouter Beke’s boek na, de afgelopen maanden en jaren oorverdovend stil. Enkele weken terug werd ondervoorzitter Beke aangesteld als overgangsdirecteur van CEDER.
Belgen zijn goed in toepassen, maar hebben vaak weinig originaliteit. En dat geldt met name ook voor het politieke. Veel goed bestuur, weinig bezieling. In elk dossier wordt er wel een oplossing gevonden waar rekening wordt gehouden met ieders kleine bekommernis. Maar van doordacht denkwerk is amper sprake. De financiering van de gemeenschappen en de gewesten, hervorming van justitie, het achterhaalde onderscheid tussen bedienden en arbeiders… Stuk voor stuk belangrijke dossiers die op ons afkomen maar waarvoor we geen oplossing kunnen aanreiken. Naar aanloop van de verkiezingen worden steeds grote beloftes gedaan, maar nooit heeft men een oplossing achter de hand. Ook vandaag de dag wordt de financiële crisis in ons land met het aloude recept aangepakt: blussen waar het rookt. Toch zou het voor de mensen beter zijn dat de ongezonde autoproducenten verdwijnen en niet zij die het minste subsidies van de Staat krijgen. Misschien is het politieke milieu gewoon een afspiegeling van een maatschappij waar het ideaal niet langer de norm is voor de praxis, maar waar de praxis tot het ideaal werd herleid.
De partij lijkt niet alleen niet open te staan voor lange termijn denkwerk. Ze onthoudt zich tevens carrement van de overtuiging van haar leden. CD&V zit vol met geëngageerde leden. Mensen die met hun twee benen in de wereld staan in de sociale, culturele of economisch sector. Uit alle sectoren bezitten we een schat aan informatie. Toch kent de partij geen enkel forum waar leden nieuwe creatieve ideeën kunnen aanbrengen of waar ze mee kunnen helpen aan nieuwe wetsvoorstellen. De partijtop legt jaarlijks heel wat gewaardeerde bezoeken af aan lokale afdelingen, maar zeggen dat CD&V een partij is die door haar basis wordt gevormd zou de waarheid onrecht aan doen zijn. Herinnert u zich nog wanneer de leden hun inspraak hebben gehad over de partijkoers die werd gevoerd tijdens de moeilijke onderhandelingen in de zomer van 2007?
Andere partijen doen niet altijd veel beter, toch valt van hen wat te leren. Aan Vlaamse kant hebben de socialisten het tijdschrift Samenleving&Politiek en ziet het er naar uit dat de leden meer dan vroeger inspraak zullen hebben bij het tot stand komen van partijstandpunten. De liberale familie richtte onlangs nog de liberale labo’s op en publiceert regelmatig het opiniemagazine ‘Open’. Maar misschien ligt het beste voorbeeld nog bij onze Waalse zusterpartij. Niettegenstaande de financiële moeilijkheden waarmee de kleine partij werd geconfronteerd heeft haar studiedienst nooit opgehouden interessante publicaties uit te brengen. Joëlle Milquet wil haar partij dan ook midden de mensen plaatsen om samen de toekomst in handen te nemen. Aan het begin van het nieuwe jaar stuurde cdH geen goede wensen naar haar leden, maar vroeg hen wat hun wensen waren. Eind januari kreeg elke Brusselaar een enquête in de bus naar aanleiding van de twintigste verjaardag van het Hoofdstedelijk Gewest om te peilen welke stad de Brusselaars willen. Geen maand gaat er voorbij of de leden worden uitgenodigd op een bijeenkomst om de partijtop te helpen standpunt bepalen.
Aan Vlaamse zijde levert de christendemocratische familie, als grooste partij, de eerste minister van het land en de minister-president. Ze kiest voor verantwoordelijkheid en wil vorm geven aan de maatschappij. Ook in de vele steden en gemeenten waar ze in de meerderheid zit. Het enig opiniërend tijdschrift dat er bestaat is een hoop in zwart-wit gekopieerde stensels uitgegeven door de jongeren. Moet er meer worden gezegd?
Laat ons denken en dromen.
Dit artikel verscheen in DMK Februari 2009.
