Wat deed de rector voor de studenten? (interview Veto)

Marc Vervenne zal de geschiedenis ingaan als de eerste rector aan de K.U.Leuven die de studenten medebestuur gaf in alle organen van de universiteit. Wie kan hem hierover beter evalueren dan ex-voorzitters van de Leuvense Overkoepelende KringOrganisatie (LOKO) die zelf tot in de hoogste organen van de universiteit zijn doorgedrongen?

Jeroen Vandromme was de laatste voorzitter van de Kringraad — de raad die zich bezighield met onderwijsbevoegdheden voor de totstandkoming van het centralistische LOKO. In zijn ambtsperiode vonden de vorige rectorsverkiezingen plaats. “Met de Kringraad hebben we toen een profiel opgesteld waar de toekomstige rector aan moest voldoen. Eén van de zaken die naar voren kwam was studenteninspraak, een ander de richting die de kandidaten uitwilden met de universiteit. Vervenne scoorde op beide vlakken goed.”

“Ook Bart De Moor deed het niet slecht, maar het was not done om opnieuw een burgerlijk ingenieur te verkiezen na acht jaar Oosterlinck. Die had in zijn laatste ambtsjaren nog een grote structuurverandering doorgevoerd. Professoren waren op zoek naar rust.” Frederiek Vermeulen, twee jaar geleden voorzitter van LOKO, vult aan: “Een rector is er niet louter voor de studenten, hij is er voor de hele universiteit.”

“Na Oosterlinck hadden we nood aan iemand die besluiten kon nemen op een pacifistische manier. Daar was Vervenne wel goed in. Hij wil iedereen in het gesprek horen.” meent Vandromme. Vermeulen kan zich daar in vinden. “Als je iets aankaart bij Vervenne, dan doet hij er iets mee. Negen kansen op tien stuurt hij je door naar zijn kabinetschef Freddy Jochmans. Vervenne heeft een heel fundamentele visie op het rectorschap. De rector vervult een ceremoniële functie, hij laat zich omringen met mensen die inhoudelijk sterk in hun schoenen staan. Hij luistert naar wat je zegt en hij heeft de juiste dynamische verbetenheid. Alleen zou hij hun beleid af en toe meer samen mogen brengen.”

Monddood

In het jaar van Vandromme werd de rectorsevaluatie uitgetekend. “De bedoeling van Oosterlinck was uiteraard om een rector aan te stellen voor een periode van acht jaar. Je ziet dat duidelijk in de huidige procedure: iedereen gaat er van uit dat Vervenne aangesteld blijft als rector, de evaluatie houdt geen rekening met nieuwe rectorsverkiezingen. Ik stel me daar vragen bij.” Vermeulen bevestigt: “Ik heb de decanenevaluatie meegemaakt en die stelde niets voor. Hopelijk wordt de rectorsevaluatie meer dan een formaliteit.”

In tegenstelling tot de verwachtingen is Vandromme niet helemaal overtuigd van medebestuur in alle organen van de universiteit. “Als student moet je niet alles te zeggen hebben. Vakbonden zitten toch ook niet in de ondernemingsraad? Je moet een plaats behouden om te argumenteren. Met Oosterlinck was dat perfect mogelijk.” Her en der wordt wel eens geopperd dat het medebestuur de studenten monddood heeft gemaakt — je kan niet klagen over beslissingen die je zelf mee hebt uitgetekend. “De perceptie van het studentenleven is sterk veranderd. Het rectoraat bezetten of betogen is onmogelijk geworden,” bevestigt Vandromme.
Vermeulen vindt dat niet erg. “Ik houd van de studentenbeweging, maar ze is voor mij geen vakbond. Op een bepaald moment moet je durven zeggen ‘we gaan er voor’. Je wil als intellectueel worden beschouwd. Betogen, betogen. De generatie van mei ‘68 kwam inderdaad meer op straat. Geen enkele andere generatie zaagt vandaag de dag zo hard als zij: “wij waren beter.” Men vergeet wel eens dat toentertijd de meerderheid thuis op kot zat te kaarten. Waar zijn zij nu ons land in de penarie zit?”

Bedrijfswereld

Vermeulen was de tweede voorzitter van LOKO die het Gemeenschappelijke Bestuur — het hedendaagse College van Bestuur — mocht bijwonen. “Daar worden de fundamentele discussies gevoerd. Het is schitterend dat je op gelijke hoogte wordt behandeld als de echte beleidsmakers. Een dergelijk verworven recht mag je niet opgeven.”
Over de functie van het bestuurscollege is Vermeulen duidelijk. “Het bestuurscollege denkt vooruit, de Academische Raad denkt achteruit. In de Academische Raad gaat ‘t altijd over het verleden. In het College van Bestuur komen nu ook steeds meer vertegenwoordigers te zitten. Dat is nefast voor haar werking.”

Is een student wel capabel om mee te draaien in een dergelijk orgaan? De leden van de raad van bestuur in de bedrijfswereld draaien vaak al enkele decennia mee in het bedrijfsleven. “Goh, ja, de eerste keer op de Raad van Bestuur zit je daar tussen ondermeer Karel Vink, Frans Van Daele, Jef Roos. Die mannen discussiëren niet over details, maar over de toekomst van de universiteit.” zegt Vermeulen. “‘Het is een hele andere manier van vergaderen. Je moet je dossiers kennen. Als je een punt hebt ,wordt er naar je geluisterd. Ik denk niet dat die verantwoordelijkheid ondraagbaar is.”

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.